Dementie symptomen bij dagbesteding de Buitenhof Tilburg

Bij dementie worden de symptomen onderverdeeld in eerste en tweede orde symptomen.

Dementie symptomen van de eerste orde
Deze benaming wordt gebruikt voor de symptomen die zich meestal als eerste bij alle vormen van dementie openbaren:

A). Geheugenstoornissen
Veel van onze huidige kennis over de werking van het geheugen is gebaseerd op onderzoek naar geheugenstoornissen. Globaal kan daarbij een onderscheid worden gemaakt tussen stoornissen in het kortetermijngeheugen (recente gebeurtenissen niet kunnen onthouden) en het langetermijngeheugen (vroegere gebeurtenissen niet kunnen onthouden). In het tweede geval spreekt men ook wel van amnesie. Er bestaan verschillende soorten amnesie, afhankelijk van de aard of plaats van de stoornis in de hersenen. Soms heeft iemand problemen met het inprenten van nieuwe informatie (consolidatie), of problemen met het weer oproepen van oude informatie. Ook bij normale veroudering en in sterkere mate bij ouderdomsziektes zoals de ziekte van Alzheimer en het syndroom van Korsakov is er sprake van progressief geheugenverlies. Bij gezonde oudere mensen lijkt vooral het kortetermijngeheugen minder goed te functioneren. Echter ook het langetermijngeheugen van (zowel jonge en oudere) gezonde mensen kan hen tijdelijk in de steek laten, zoals wanneer we niet op een bepaald woord of naam kunnen komen, maar het wel op het puntje van de tong ligt. Bij het ouder worden wordt het vooral lastiger nieuwe informatie in het episodische geheugen op te slaan. Het procedurele geheugen blijft nagenoeg intact.

B). Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon

C). Tenminste één van de volgende vijf aandoeningen:
afasie, agnosie, apraxie of een stoornis in de executieve functies(=hogere controle functie van de hersenen) of de aandacht(=het gericht waarnemen van de omgeving).

Afasie is een taalstoornis en komt van het Grieks en is een combinatie van a (= niet) en phanai (= spreken). Wanneer mensen communiceren, gebeurt dit meestal door middel van taal. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van taalgebruik. Wanneer als gevolg van hersenletsel één of meer onderdelen van het taalgebruik niet meer goed functioneren, noemt men dat afasie. De persoon kan de taal niet (goed) meer gebruiken.

Agnosie is het verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden, geur etc. te herkennen, terwijl de zintuiglijke waarneming grotendeels wel intact is en er geen sprake is van significant geheugenverlies over de betreffende waarneming

Apraxie is het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren, in sommige gevallen kan de patiënt een complexe handeling wel imiteren nadat hij deze gezien heeft, maar kan vervolgens deze niet op commando uitvoeren op een later tijdstip. Een andere mogelijkheid is dat de patiënt onbewuste handelingen wél kan uitvoeren, maar bewust ingezette bewegingen niet. Verstoorde articulatie komt vaak voor bij apraxie. Apraxie kan zich ook beperken tot één enkel lichaamsdeel (bv. tongapraxie).

Dementie symptomen van de tweede orde.

Deze benaming wordt gebruikt voor de overige symptomen die zich kunnen voordoen:
• persevereren (continu hetzelfde herhalen in praten of bewegen)
• confabuleren (fantasieverhalen om de ‘lege’ plekken op te vullen)
• verzamelzucht
• achterdocht
• decorumverlies (normvervaging)
• stemmingsstoornissen
• hallucinaties
• denkstoornissen
• gedragsstoornissen
• persoonlijkheidsveranderingen
• verwijzingen naar het verleden (nostalgisch gevoel opwekken)

Klik hier voor meer informatie over de kenmerken / uitingsvormen van dementie.