Alzheimer bij dagbesteding de Buitenhof Tilburg

Geschiedenis
In 1901 beschreef de Duitse psychiater neuropatholoog Alois Alzheimer voor de eerste keer de ziekte, die later bekend werd als de ziekte van Alzheimer. De patiënt was een 50-jarige vrouw met de naam Auguste Deter, die in dat jaar opgenomen was in de psychiatrische inrichting van Frankfurt am Main. Alois begeleidde de vrouw tijdens haar ziekenhuisopname. Zij verbleef in deze inrichting tot aan haar dood in 1906. In die tijd was Alois laboratoriummanager bij Emil Kraepelin in München. Hij was geïnteresseerd in de zaak en na haar dood deed Alois een autopsie op haar hersenen en beschreef eiwitophopingen – amyloïde plaques- aan de buitenkant en rondom de hersencellen. Binnenin de hersencellen bemerkte hij de aanwezigheid van kluwen vezels, de neurofibrillaire kluwen. De daarop volgende vijf jaren werden elf vergelijkbare gevallen in de medische literatuur beschreven. In enkele van deze publicaties werd al gebruikgemaakt van de term ziekte van Alzheimer. De officiële naam gaat terug naar de psychiater Emil Kraepelin. Hij noemde de ziekte in de achtste editie van zijn leerboek van de psychiatrie gepubliceerd in 1910 de ziekte van Alois Alzheimer.

Niet alleen erfelijke factoren, maar ook omgevingsfactoren en andere lichamelijke factoren hebben invloed op het ontstaan van de ziekte. Hier wordt veel onderzoek naar gedaan. Onderzoek heeft geen medicijnen voortgebracht wat het dementeringsproces kan stoppen of ongedaan kan maken. Er zijn medicijnen die het proces van de ziekte kunnen vertragen. Behandeling is gericht op symptoombestrijding en afremming van het dementeringsproces.

Momenteel lijden naar schatting 150.000 Nederlanders aan de ziekte van Alzheimer. Zij vormen de meerderheid van een groep van 180.000 die lijden aan een vorm van dementie.

Klik hier voor meer informatie over de diagnose van het ziektebeeld.